Een meisjesdroom

Op wie zit je een jaar lang te wachten?
De man op zijn sneeuwwitte paard.
Een eeuwigheid later, en steeds desolater
Blijkt hij al het wachten nog waard.

En komt hij dan eindelijk langs,
Met zijn zak en zijn zwarte piet.
Dan blijft hij maar even, om lekkers te geven,
Verdwijnt dan voor iemand het ziet.

Dan moet hij weer snel naar een ander,
Want daar wacht men ook al een jaar.
De meisjes plezieren, hun haardje versieren,
Het is en blijft onbetaalbaar.

Na honderd-en-één meisjesdromen,
Desillusie en heel wat gepraat,
Heeft de man van ons leven, niet echt iets gegeven,
Omdat hij gewoon niet bestaat.

(Chavera, 30 november 2003)