Een Kerstdroom

De hele dag al stond mama te koken aan 't fornuis,

Een zoete geur van appeltaart verspreidde zich door 't huis,

Ook de kalkoen was bijna gaar,

Op tafel stond de soep al klaar,

Maar Carolientje lag nu net,

Met hoge koorts in bed

--------

Papa kwam naast haar bedje staan en fluisterde heel zacht:

Slaap je beneden op de bank, of blijf je hier vannacht?

Geef mij een plekje bij de boom,

Dan ben ik bij je als ik droom,

Waarop papa deed wat ze vroeg,

En haar de trap af droeg

--------

De kerstboom was heel mooi versierd met fonkelende lichtjes,

Papa zat bij zijn dochter en vertelde kerstgedichtjes,

Het meisje staarde naar omhoog,

En zag hoe alles plots bewoog,

Al wat daar hing maakte zich los,

't leek net een sprookjesbos

--------

Daar zag ze ook de toverfee die neerstreek op haar neus,

En fluisterde: Wat ben je groot, je lijkt wel net een reus,

Je zou een elfje moeten zijn,

Met vleugeltjes en net zo klein,

Toen werd ons meisje als vanzelf,

betoverd in een elf

--------

Jij moet ons helpen, sprak de fee, we zitten in de nood,

Wat kan ik doen dat jij niet kan, ik ben nu niet meer groot,

Vertel ik later, zei de fee,

Maar vlieg nu eerst maar met me mee,

Waarna ze vlogen, hand in hand,

Op weg naar elfenland

------

Ze zweefden door het dennengroen, langs slingers en langs lichtjes,

Langs sneeuwpoppen en engeltjes met droevige gezichtjes,

En nergens hoorden ze een lied,

Alleen gejammer en verdriet,

Ze landden op een grote tak,

Waarna de fee weer sprak:

--------

Een heks heeft nu het rendier van de Kerstman in haar macht,

Veroverde de arrenslee, verdween toen in de nacht,

En alle kindertjes helaas,

Wachten vergeefs op Sinterklaas,

En daarom vraagt de brave man,

Of jij hem helpen kan

--------

Zeg mij wat ik moet doen, vroeg Carolientje aan de fee,

Jij kan mooi zingen als een sys, dus zing maar met ons mee,

De heks kan geen muziek weerstaan,

Zodra men zingt, komt ze er aan,

Dus lokten zij de deugeniet,

Door 't zingen van een lied

--------

't Gerinkel van de arrenslee kwam langzaam dichterbij,

De Kerstman die zijn rendier zag, sprong op en was dolblij,

De heks volgde het kinderkoor,

De Kerstman wou er snel vandoor,

Bedankte eerste de toverfee,

Vertrok toen in zijn slee

--------

Intussen had papa bij Carolientjes bed gewaakt,

Het kind had liggen ijlen, maar was plotseling ontwaakt,

Waar ben ik nu, vroeg Carolien,

Heb jij de Kerstman soms gezien?

Ja, zei papa, die heeft vanacht,

Jou rijkelijk bedacht

--------

Sindsdien tuurt Carolien nog elke Kerstmis in de boom,

Op zoek naar Sinterklaas en alle vriendjes uit die droom,

Al lijken ze slechts van papier,

En komt de Kerstman nooit meer hier,

En staat haar schoen leeg bij de haard,

Die droom blijft toch bewaard

(Chavera, 24 december 2000)