Papa

Hij toonde mij hoe sterk hij was,
Terwijl ik in zijn ogen las
Hoe klein hij zich voelde
Want diep vanbinnen zat het leed
Waardoor de wereld hem vermeed
Hoe hij 't ook bedoelde

Hij liep niet al te vaak op straat
Bevangen door de roddelpraat
Van 't burgerlijk welzijn
Wat moet een mens nog met fatsoen
Als je het niet mag overdoen
Steeds meer schuldbewust zijn

Je vluchtte ooit voor 't concorbaat
Kap aan de haak, 't priestergewaad
Was daar toch maar gebleven
Want zonder liefde van een vrouw
Zat jij nu niet met dat berouw
Gespaard voor 't echte leven

Wat geeft het als je hand soms beeft
Je hebt met zoveel angst geleeft
Weldra mag je rusten
Droom van een wereld zonder haat
Denk niet aan wie je heeft geschaad
Maar ook aan wie je kusten

En nu ik voor je sterfbed sta
Denk ik over het leven na
Het laatste is gegeven
Ik streel je wang, kus je gelaat
Straks als je mij voorgoed verlaat
Is alles jou vergeven

(Chavera, 7 mei 1990)