|
Cuba, de parel van de Cariben. Land van zon, salsa, de beste rum
en de beste sigaren, maar ook het land van Fidel Castro die tegelijkertijd
geliefd en gehaat is: voor de één belichaamt hij de
communistische antichrist, voor de ander is hij de ware Robin Hood
van de derde wereld. Fidel, de levende legende, en zijn compaan
Ché Guevara, de gesneuvelde held, oefenen nog steeds op velen
een betovering uit met hun droom van de 'Nieuwe mens' die overal
ter wereld zou moeten opstaan. Een mens die onzelfzuchtig, solidair
en revolutionair is en niet langer uit op materiële voordelen.
Een mooie droom, maar moeilijk te realiseren. Cuba is volgens mij
het enige land dat daar min of meer in geslaagd is. De mensen zijn
arm maar gelukkig met een enorme levensvreugde. De Cubanen houden
ondanks alles van hun land.
Maar de komst van het toerisme maakt veel kapot. Al ben ik dan
zelf dankbaar dit prachtige land te mogen bezoeken, toch brengen
wij met onze luxe hen in de verleiding. Zolang iedereen gelijk is,
wordt de armoede niet als een schande of hinderlijk ervaren. De
buurman is even arm. Maar toch merk je al een verschil in stand,
door de "gelukkigen" die vanwege het toerisme of familie
in Amerika aan de begeerde dollars geraken, waardoor ze zich wat
meer dan een ander kunnen permiteren. Het zal dus niet zo lang meer
duren of het socialisme verliest hierdoor zijn kracht.
Het schrille contrast tussen de wereld van de luxueuze hotels en
de levensomstandigheden van de Cubanen zelf is het grootst in badsteden
als Varadero, waar in de hotels de buffetten overladen zijn met
spijzen en heerlijkheden. De Cubanen hebben de buikriem steeds strakker
moeten aanhalen. De rekken van de pesowinkels, waar ze met hun rantsoenboekje
(libreta) boodschappen doen, zijn meestal leeg. Op een bord staat
wat er te krijgen is met het toegelaten rantsoen per persoon. Weliswaar
krijgen alle Cubanen dezelfde, zeer lage lonen en ouderdomsvoorzieningen
en kunnen ze rekenen op gratis culturele en onderwijsvoorzieningen
en medische verzorging. De kosten voor huisvesting, water en elektriciteit,
het openbaar vervoer en primaire levensbehoeften worden sterk gesubsidiëerd
waardoor het leefbaar is voor iedereen. Hetgene waar het hen het
meeste aan ontbreekt is kleding, waaronder vooral schoeisel. Neem
als je naar Cuba gaat dan ook wat extra oude spullen mee. Je zal
er menige Cubaan gelukkig mee maken.
Maar vooral het goede humeur van de Cubanen werkt aanstekelijk.
Muziek is hun voornaamste dagelijks brood en voor je het weet wordt
je spontaan uitgenodigd voor een dansje. Overal kom je groepen tegen
die voor een dollar, maar vooral voor hun eigen plezier, muziek
maken. Met de tranen in de ogen zing je al snel mee met het lied
ter ere van Ché Guevara 'Hasta siempre commandante' en zing
je uit volle borst mee met het overbekende volksliedje 'Guantanamera'.
Om mijn inleiding over Cuba af te sluiten herhaal ik de woorden
van Ché in zijn laatste brief aan Fidel: ...woorden kunnen
niet uitdrukken wat ik voel en het is de moeite niet waard velletjes
papier vol te kladden.
Beleef en ontdek het dus zelf...
|