www.chavera.nl

Paniek op de heenreis

Vorige pagina - Volgende pagina




 
Antwerpen-Centraal

Mijn heenreis zit vol hindernissen en loopt niet zo meteen op wieltjes, of kan ik beter zeggen 'op sporen'. Ik kom nochtans goed op tijd aan in Antwerpen-Centraal, maar net wanneer ik op het punt sta mij naar het juiste perron te begeven voor de trein van 13:28 u naar Schiphol, meldt een stem dat alle treinen richting Nederland geannuleerd worden vanwege netwerk problemen van de NS. Ik ben sterk aan het overwegen om met de twee zware reistassen terug richting busstation te stappen, en thuis de wagen uit de garage te halen, als er wordt omgeroepen dat er toch een trein richting Essen zal vertrekken en we daar op verdere instructies moeten wachten. Omdat ik er tegenop zie een kwartier lang heel de weg terug met die reistassen te zeulen, om vervolgens nog eens een uur met de bus tot thuis te moeten reizen, waarna de rit tot Amsterdam nog moet beginnen, besluit ik het erop te wagen met de trein. Op dat moment besef ik niet dat dit een fatale keuze zou kunnen zijn.

Wanneer ik reeds met één been en één reistas in die trein voor Essen sta, wordt ons meegedeeld dat we een andere trein moeten nemen, helemaal aan het andere eind van het station, met bestemming Kapellen. Vanuit dat station zal men ons de grens overhelpen. Deze trein vertrekt en rijdt inderdaad naar Kapellen, maar daar houdt het voorlopig mee op. Iets voorbij het station stopt de trein, daar waar we niet meer kunnen uitstappen. Met een kort bericht dat we voor onbepaalde duur moeten wachten op een teken dat we naar Essen mogen doorrijden, blijft de trein eindeloos in de hete zon staan. Het is deze bewuste dag, 4 september 2004, 30 graden in de schaduw. Mijn klok tikt zo een uur verder. Er komt uiteindelijk toch beweging in de trein, tot station Essen en daar worden we verzocht de trein te verlaten om een pendelbus te nemen tot aan de grens.

Buiten aan het station ziet het zwart van het volk. Het is één gedrum om op een pendelbus te geraken. Hoezeer ik ook mijn best doe om mezelf doorheen de massa te wurmen, toch sluit de laatste bus haar deuren vlak voor mijn neus. Opnieuw wachten. De klok tikt nog een uur voorbij. Geen bus meer te zien. Nadat ik in gedachten, met al mijn wanhoop, mijn reis naar Marokko in rook zie opgaan en ik me maandagochtend al op kantoor zie aankomen met de mededeling dat de vakantie voorbij is, komt de verlossing: Een perronwachter deelt ons mee dat er een trein richting Schiphol klaar staat op perron 4. Zal ik het nog halen? Enkel indien er nu niets meer foutgaat, dan zal het nog net lukken om te kunnen inchecken op Schiphol. De trein zet zich in beweging om 15:50u. Om 17:30u kom ik aan op de luchthaven. Mijn vlucht gaat om 18:30u.

Dit is mijn eerste reis met Baobab, en daarom ben ik nog niet vertrouwd met hun incheckprocedure. De vertegenwoordigster die daarbij zou helpen is aanvankelijk nergens te bekennen. Tevergeefs zoek ik naar een loket met het opschrift 'BAOBAB'. Op het moment dat bij mij stillaan een tweede paniekaanval dreigt uit te breken, tikt plots iemand op mijn schouder. Het is de vertegenwoordigster van Baobab, gelukkig. Ze wijst me op het loket van Lufthansa. Daar zal ik mijn tickets krijgen. Voor het inchecken raadt ze mij aan dit bij de Business Class te doen, want bij de Economy Class zal dat nooit meer tijdig lukken. Met een beetje gemopper van een paar dure Duitsers die dit niet meteen nemen van een goedkoop Belgje als ik, kan ik vervolgens vrij snel door de douane passeren, waarna het rennen wordt, als een gek, naar de Gate...de juiste Gate! Vergissingen zijn niet meer toegestaan.

Hijgend en bezweet kom ik aan bij de Gate, die wel aan het ander eind van de luchthaven lijkt te zijn, waar het inschepen reeds begonnen is. Ik gun mezelf nog snel een sanitaire stop en ga meteen daarna het vliegtuig in. Vlak voordat de deuren worden gesloten, wordt er nog een hijgende, bezwete, oudere vrouw binnengeduwd, die er even ongelukkig uitziet als ik even daarvoor. Het zal Julienne blijken te zijn, de enige andere Belg in het reisgezelschap. Vier minuten nadat ik mezelf op mijn plaats heb ingeriemd, begint het vliegtuig te taxinï. Dan pas dringt het tot me door: Jij gaat toch nog naar Marokko. De vakantie kan nu echt beginnen. Zucht.

In Frankfurt maak ik voor het eerst kennis met Annemiek. Hoewel er nog twee andere alleenreizende dames in de groep zullen zijn, kiezen wij toch meteen duidelijk voor mekaar om de kamer te delen. Het klikt meteen. We maken samen even een praatje, waarna Annemiek haar boek neemt en begint te lezen om de tijd te doden. We moeten anderhalf uur wachten op onze aansluiting met Casablanca. Ik doe hetzelfde en neem een dun romannetje, dat ik al jaren ongelezen in mijn boekenkast heb staan. Het boek stelt niet zoveel voor, maar ik vind het idee best fijn dat er met Annemiek ruimte zal zijn voor adempauzes, tijd voor mezelf. Ik had er eerst een beetje tegenop gezien om de kamer te moeten delen en had in laatste instantie spijt gehad van mijn keuze om geen supplement single te betalen. Tot nu toe had ik bij iedere vakantie steeds een eenpersoonskamer geboekt. Maar met Annemiek nu te ontmoeten is er plots dat gevoel van opluchting.

De landing in Casablanca verloopt iets zachter dan de landing daarvoor in Frankfurt, waar de piloot meteen flink had moeten remmen. De luchthaven is verrassend mooi in moorse stijl, met een hoge fontein tegen de muurwand. Een geur van muntthee doordringt het hele gebouw. We zijn dus duidelijk in Marokko. De formaliteiten verlopen soepel. Bij de uitgang staat Mustafa, onze chauffeur voor gans de reis, met een bordje 'Baobab' boven zijn hoofd. Hij wijst naar een kleine, al wat oudere vrouw met wit haar en stelt haar voor als onze reisbegeleidster. Even gaat het door mijn hoofd dat deze reis wel een makkie zal worden, als zelfs bejaarden dit kunnen leiden, maar daar zou ik me in vergissen. Zo'n kranige, dappere tante als haar zullen we niet vaak meer meemaken en vooral nooit meer vergeten. Even nog handjes schudden en kennismaken met de rest van de groep, waarna de meesten van ons ook nog even wat geld wisselen. Het blijkt een goede koers te zijn en de valuta is gemakkelijk om te rekenen: voor 1 euro krijg je iets meer dan 10 dirham, dus alle prijzen gewoon even delen door 10. Ik stap als laatste op de bus en wat blijkt? Ik heb geen plaats meer. Françoise, onze reisbegeleidster, begint meteen in paniek de hoofden te tellen. 21 koppen in totaal. Hoe kan dat nu? Er staan toch maar 20 deelnemers op de lijst? Het misterie wordt opgelost als een man opstaat van de achterbank en zichzelf voorstelt als verstekeling. Het is een Marrokaan die op een gratis busritje naar Casablanca had gerekend.

Om 12:30 u komen we aan in ons hotel Guynemer in Casablanca, waar de klok al 2:30 u aanwijst en er gelukkig nog een aardige hotelbediende bereid is ons een fles water te verkopen, want ik stik van de dorst. Bij het verdelen van de kamers, blijkt dat ik genoteerd sta met Julienne en niet met Annemiek, maar na een luid protest van ons allebei, samen in koor, worden de namen meteen verwisseld. Het hotel heeft een architectuur uit de jaren dertig, waar de tijd heeft blijven stilstaan en de vergane glorie, met een beetje van mijn fantasie, weer even opleeft. Annemiek merkt op dat heel Marokko zo'n beetje vergane glorie geworden is. Net wanneer we de sleutel in het slot draaien om onze hotelkamer binnen te gaan, komt Inge aanhollen en herinnert Annemiek er aan dat zij eigenlijk met haar de kamer moet delen. Maar Annemiek wuift deze opmerking resoluut weg door te zeggen dat zij en ik dit al lang tevoren zo afgesproken hebben. Ik knik overduidelijk ja en merk nog op dat ze het met Julienne best naar haar zin zal hebben. We duwen snel de deur van de kamer open en even snel weer dicht achter ons, nadat we onze koffers naar binnen hebben gesmeten. Het sanitair doet het nog prima, al krijg je wel het gevoel dat je er een beetje omzichtig mee moet omspringen. We hebben ook ons eigen toilet op de kamer, dus wat verlangt een mens nog meer.

Van slapen komt er die nacht niet veel terecht. Niet alleen de aanwezigheid van iemand anders in de kamer houdt me wakker, maar ook de vele indrukken van de afgelopen dag doen mijn gedachten rondtollen en houden mij uit mijn slaap. Ik ben ook niet meer gewend om met iemand op één kamer te slapen. De lichtste zucht van Annemiek, het lawaai van de straat, dat alles doet mij meteen weer opschrikken, mocht ik al voor een paar minuten zijn ingedommeld. Ik hoop maar dat dit na een paar nachtjes zal beteren.

Home - Vorige pagina - Volgende pagina
Top