 |
| Ingang van het complex |
Om geen tijd te verliezen voor de lunch, heeft Françoise
voor elk van ons twee broodjes met kaas gekocht. Zij laat de zakken
met broodjes rondgaan in de bus. Tijdens een drankstop stillen we
hiermee onze honger. Nog vroeg in de namiddag komen we aan in Rabat
en wordt er halt gehouden vlak bij het ommuurde complex, waar zich
de Hassan II toren en het mausoleum van Mohammed V bevindt.
Als eregasten worden wij aan de ingang verwelkomt door twee wachters
van de koninklijke garde, te paard, in hun wit zomers kostuum -
in de winter blijkt hun out-fit rood te zijn. Iedereen haalt meteen
zijn wapen boven, fotocamera wel te verstaan, en wil op hen richten.
Even aarzel ik en vraag aan iemand naast me of dit wel toegestaan
is. Ik krijg als antwoord dat ze niet mogen bewegen en dus ook wel
niet zullen schieten. Dat stelt me gerust, dus neem ik een paar
kiekjes. Aan de brede glimlach van deze ruiters te zien hebben ze
er geen moeite mee en zijn ze intussen volleerde fotomodellen geworden.
 |
| Koninklijke garde |
We krijgen een uur de tijd om vrij rond te lopen en naar hartelust
te fotograferen. Mijn oog valt meteen op de Hassan II toren, en
als een magneet word ik er naartoe getrokken zonder mij ervan bewust
te zijn dat ik doorheen een bos met zuilen loop en daarmee ook heilige
grond betreed van wat ooit een gebedsruimte had moeten worden. Ik
vergeet de anderen en ben helemaal alleen met mijn omgeving. Op
zo'n momenten hoor ik mijn eigen adem van de opwinding telkens ik
even stilsta om een foto te maken. Het zijn die heerlijke momenten
waarop ik binnentreed in een stuk geschiedenis, en ze vastleg in
mijn geheugen en dat van mijn camera.
 |
| Hassan II toren |
De Hassan II toren prijkt als beroemde symbool van Rabat al meer
dan 800 jaar op de heuvel boven de Wadi Bou Regreg, ten noordoosten
van de stad, en nu pas ontmoet ik haar. Deze onvoltooide minaret
heeft een oppervlak van 16 x 16 meter en een hoogte van 44 meter,
al had hij hoger moeten worden dan de minaret van de Koutoubia moskee
in Marrakesh. De opdrachtgever Yacoub el-Mansour liet de bouwwerken
starten rond 1196, maar zijn werk bleef onvoltooid na zijn dood
in 1199. Het was zijn bedoeling geweest om de grootste moskee van
het westelijk islamitische rijk te bouwen en door zijn levenswerk,
met een grondplan van 183 x 139 meter, de Grote Moskee van Cordoba
te overtreffen.
 |
| Restanten van de gebedsruimte |
Vlakbij de toren ontmoet ik enkele leden van de groep, waardoor
ik even uit mijn droom gehaald word. Ik kijk om me heen en zie
360 zuilenstompen. Ik tel ze niet, maar mijn reisgids vertelt het
mij. Dit hadden de hoge zuilen moeten worden van een gebedsruimte,
waarmee de 21 gangen zouden afgebakend worden. In mijn gedachten
rijst uit de zuilen een moskee op met twaalf poorten, negentien
lengte- en eenentwintig dwarsschepen - vult de gebedsruimte zich
met 25.000 gelovigen en verheft de stem van de Imam zich boven het
volk, wanneer hij voorgaat in het gebed, en rijk en arm zich teraardewerpen.
|